10 & 11 maart 2027: Flanders Expo Gent

AI in je klas: haal jij eruit wat erin zit?

Een gesprek met Line Vanhauwere

 

Je vraagt AI om een Excel-systeem voor je klas te maken. Je geeft in wat je nodig hebt en even later krijg je een mooi schema voorgeschoteld. Klaar, toch? Niet helemaal. Want wat gebeurt er als de samenstelling van je klas verandert? Werkt het systeem dan nog zoals je verwacht?

Voor Line Vanhauwere, pedagogisch ICT-coördinator bij RHIZO Kortrijk, is het een mooi voorbeeld van waarom technische kennis ook in een wereld met AI belangrijk blijft. Je hoeft zo’n systeem niet meer helemaal zelf te kunnen bouwen, maar je moet wel weten wat Excel kan, wat je wilt bereiken en welke vragen je aan AI moet stellen. Voor dit artikel gingen we met haar in gesprek over hoe AI steeds meer zijn weg vindt naar de klas en wat dat vraagt van leerkrachten en scholen.

Je hoeft AI niet zelf te bouwen

Sandra van Sett: Jouw anekdote is herkenbaar voor veel mensen die vandaag met AI aan de slag gaan. Kan je wat meer vertellen over die ervaring en wat je daaruit hebt geleerd?

Line Vanhauwere: Ik wilde een doorschuifsysteem maken voor een groep leerlingen. Als modale gebruiker van Excel kan ik generatieve AI aanspreken, maar ik ga zo’n systeem alleen goed kunnen maken als ik ook technische kennis van Excel heb. Je moet weten wat er mogelijk is binnen Excel, anders kan je het ook niet uit AI halen.

Dat is volgens mij een belangrijk onderdeel van AI-geletterdheid. Je moet weten wat een technologie kan, maar ook welke technische kennis je nodig hebt en welke taal je moet gebruiken om ermee aan de slag te gaan.

In mijn voorbeeld maakte AI eerst een mooi schema. Maar toen bleek dat ik met 30 leerlingen werkte in plaats van 27, paste het systeem zich niet automatisch aan. Ik moest expliciet vragen om rekening te houden met schaalbaarheid. Als je niet weet dat je dat moet vragen, werkt je systeem misschien prima tot iets aan de samenstelling van de klasgroep verandert.

Sandra: Je haalt hier eigenlijk een bredere les uit over AI-geletterdheid. Wat betekent die AI-geletterdheid volgens jou voor leerkrachten die vandaag met AI aan de slag gaan?

Line: Je hoeft niet meer alles zelf te kunnen zoals vroeger. Maar je moet wel voldoende begrijpen van de technologie waarmee je werkt. Ik moet me bijvoorbeeld niet opnieuw helemaal verdiepen in Excel, maar ik moet wel weten: wat kan Excel en wat kan ik vragen aan Excel? Dat geldt ook voor generatieve AI. Als je niet weet wat mogelijk is, haal je ook niet het maximale uit de technologie.

Ook leerlingen moeten AI begrijpen

Sandra: Je werkt ook met leerlingen rond generatieve AI. Hoe pak je dat aan?

Line: Sinds vorig jaar geef ik aan groepen leerlingen uit het vijfde jaar een module over generatieve AI. We bekijken wat generatieve AI is, wat het kan, wat het niet kan en hoe je ermee omgaat.

Ik vind het belangrijk dat we daar als school niet gewoon onze ogen voor sluiten. Als een leerling AI gebruikt en je doet alsof die tekst niet met AI gemaakt is, om hem vervolgens gewoon te verbeteren, dan leert noch de leerling noch de leerkracht daar veel uit. Het gaat dan om onbetrouwbare evaluatiemomenten, maar ook om gemiste kansen om leerlingen te leren nadenken over AI-gebruik.

Daarom moet AI-geletterdheid opnieuw hoog op de agenda staan. Niet alleen bij leerlingen, maar ook bij leerkrachten. Want om leerlingen daarin te begeleiden, moet je als leerkracht zelf voldoende expertise hebben.

AI-geletterdheid begint op school

Sandra: Hoe kijken jullie daar op school naar?

Line : Bij ons op school hebben we duidelijke richtlijnen rond het gebruik van generatieve AI. Die zijn opgesteld in juni 2024, en de basisprincipes daarvan staan nog altijd overeind. Ik denk dat elke school die met AI aan de slag gaat, best start met goede afspraken. Dat hoeft geen uitgebreid beleidsdocument te zijn. Er bestaan heel wat goede voorbeelden en die kan je ook aanpassen aan je eigen context.

Het is belangrijk dat zowel collega’s als leerlingen weten hoe de school naar generatieve AI kijkt en bij wie ze terechtkunnen met vragen. Bij ons zijn de afspraken voor leerlingen en leerkrachten dezelfde. Collega’s kunnen ook bij mij als pedagogisch ICT-coördinator terecht. Ik kan hen helpen om het gesprek over AI-geletterdheid aan te gaan en dezelfde basisboodschap mee te nemen naar het team.

Met een basiskennis over AI kom je overigens als leerkracht best al ver. Je moet vooral kunnen inschatten wat AI kan en wat het niet kan, en op basis daarvan beslissen of je AI doelgericht inzet of bijvoorbeeld je opdracht aanpast.

Maar niet iedereen vertrekt daarbij van dezelfde kennis of ervaring. Ook binnen een schoolteam kunnen de verschillen groot zijn. En die verschillen zijn er niet alleen bij leerkrachten, maar ook bij leerlingen.

Niet iedereen start met dezelfde kennis

Sandra: Waar zie je die kloof of digitale ongelijkheid dan vooral?

Line: Digitale ongelijkheid zit op verschillende niveaus. Binnen schoolteams heb je bijvoorbeeld collega’s die heel digitaal vaardig zijn en collega’s die zich daar minder comfortabel bij voelen.

Maar ook tussen leerlingen zijn er verschillen. Sommige leerlingen hebben thuis een goede internetverbinding, meerdere toestellen en misschien zelfs toegang tot betaalde AI-tools. Andere leerlingen hebben die ondersteuning niet. Dat verschil wordt nog belangrijker wanneer we van leerlingen verwachten dat ze zelfstandig met digitale technologie en AI aan de slag gaan.

En de digitale kloof gaat nog verder dan onderwijs. Digitale vaardigheden worden in de maatschappij steeds belangrijker: voor bankieren, overheidsdiensten of toepassingen zoals itsme. Niet iedereen beschikt vandaag over die basisvaardigheden. Daarom is digitale ongelijkheid voor mij een van de grootste uitdagingen van de komende jaren.

Sandra: Kan onderwijs daar iets in betekenen?

Line: Ik kan die digitale kloof natuurlijk niet alleen oplossen. Maar ik kan wel filteren, uitleggen, herhalen en delen. Hoe meer we in onderwijs stappenplannen, goede voorbeelden en materialen met elkaar delen, hoe meer we die kloof een beetje kunnen verkleinen.

Waarom iedereen het warm water niet opnieuw moet uitvinden

Sandra: Hoe pak jij dat in de praktijk dan concreet aan?

Line: Ik deel alles wat ik maak: AI-richtlijnen, beleidsdocumenten, visuele schema’s, promptbibliotheken… Collega’s mogen dat gebruiken, aanpassen en verder uitwerken. Zolang er correcte bronvermelding is, zie ik niet in waarom iedereen telkens opnieuw van nul moet beginnen.

Lees ook ons eerdere gesprek met Line over kennis delen: ‘We moeten niet allemaal het warm water uitvinden’.

Op school organiseren we ook collegiale ontdekkingsweken. Dan staan de klasdeuren open en kunnen collega’s bij elkaar lessen observeren. Achteraf gaan we daarover in gesprek. Het is ongelooflijk hoeveel je van elkaar leert wanneer je gewoon eens in elkaars klas gaat kijken.

Delen is geen luxe, het is een vorm van zorg."

Samen leren wat werkt

Sandra: Als je één advies mag meegeven aan een school die hier nog maar net mee begint, wat zou dat dan zijn?

Line: Begin klein. Je hoeft niet meteen een volledig beleid om te gooien. Probeer dingen uit. Reflecteer. Stuur bij. Innovatie begint met doordacht doen, daarna komt reflecteren en verbeteren. En misschien nog belangrijker: deel wat werkt. Hoe meer we stappenplannen, materialen, voorbeelden en ervaringen delen, hoe kleiner de digitale kloof wordt. Delen is geen luxe, het is een vorm van zorg.

Wat betekent dit voor jouw klas?

Ook binnen de track AI & technologie in de klas op Sett Gent 2027 staat die zoektocht centraal. Niet alleen: wat kan AI?, maar vooral: wat betekent dat voor mijn klas, mijn leerlingen en mijn manier van lesgeven?

Tijdens verschillende sessies ontdek je hoe andere onderwijsprofessionals met AI aan de slag gaan. Van AI in de lagere school en het taalonderwijs tot kritisch en ethisch omgaan met generatieve AI. Verwacht dus niet alleen antwoorden op de vraag welke tools je kunt gebruiken, maar vooral inzichten die je helpen om zelf betere keuzes te maken.

Deel deze blogpost