10 & 11 maart 2027: Flanders Expo Gent

Elk klein stapje is een gigantische sprong vooruit.

Kaat Govaert over veerkracht en groei in het buitengewoon onderwijs.

Hoe doorbreek je het stigma dat leerlingen in het buitengewoon onderwijs “minder” zouden zijn? Hoe ga je om met beperkte middelen en een digitale kloof die elke dag voelbaar is? En hoe vind je balans tussen zorg en onderwijs wanneer geen enkele dag hetzelfde is?

Sett sprak met Kaat Govaert, leerkracht in het buitengewoon secundair onderwijs over haar klaspraktijk, haar leerlingen en haar overtuiging dat welbevinden de basis vormt voor elke stap vooruit.

Welbevinden komt eerst. Als het hoofd niet rustig is, kan een leerling niet leren."

Waarom buitengewoon onderwijs zoveel impact heeft

Sandra van Sett: Kaat, wat vind jij het mooiste aan werken in het buitengewoon secundair onderwijs?

Kaat Govaert: Bij ons heeft elke leerling een unieke rugzak. Vaak wat zwaarder gevuld, soms met verrassende talenten. Het mooiste is dat we hen zien groeien tot zelfstandige, zelfzekere mensen die klaar zijn voor het leven én voor werk. Elke leerling is uniek en wij mogen als schoolteam een puzzelstuk zijn in hun traject. Uiteindelijk willen we dat ze met vertrouwen in het leven staan, zowel op persoonlijk vlak als op werkvlak.

De weg van Kaat richting BuSO

Sandra: Waarom koos je bewust voor het BuSO?

Kaat: Ik startte ooit als logopediste en gaf een tijdje Nederlands in het gewoon onderwijs. Maar enkel een handboek volgen, dat was niets voor mij. Als er iets leefde bij mijn leerlingen, wilde ik mijn les aan de kant schuiven en daarop inspelen. In het buitengewoon onderwijs kan dat: we hebben de vrijheid om te vertrekken vanuit hun leefwereld en om materiaal zelf te ontwerpen. Die vrijheid en die nabijheid bij de leefwereld van jongeren, daar vond ik mijn plek.

Leren vanuit de leefwereld van leerlingen: van TikTok tot kritisch denken

Sandra: Hoe omschrijf je jouw aanpak in jouw klas?

Kaat: Ik sta in de hogere jaren, te vergelijken met arbeidsfinaliteit in het BSO. Meestal zijn ze 15 tot 18 jaar, en de klassen tellen zo’n negen leerlingen. Ik werk zoveel mogelijk individueel en praktijkgericht. Ik kijk letterlijk naar wat er in hun tijdlijn opduikt. TikTok is voor hen dé nieuwsbron. Soms laat ik hen een kwartier scrollen en alles noteren wat volgens hen ‘nieuws’ is. Daarna spelen we nieuwsdetective en zoeken we de feiten op via betrouwbare nieuwssites en kranten. Zo leren ze kritisch kijken: wat is écht, wat is fake, waarom gaat deze video viraal?

Welbevinden als basis: zorg en onderwijs in balans brengen

Sandra: Hoe voelt de balans tussen zorg en onderwijs aan in de praktijk?

Kaat: Welbevinden komt eerst. Als het hoofd niet rustig is, kan een leerling niet leren. We hebben een permanentieteam, een tuintje voor time-out, samenwerkingen met zorgboerderijen… Soms haalt een leerling meer uit een halve dag meehelpen op een zorgboerderij dan uit vier lessen op school. Daarna komt die terug, met rust in het hoofd, en kunnen we weer vooruit.

Die flexibiliteit is net waarom ik van BuSO hou. We zijn ingesteld op “zorg én onderwijs”. Een dag mag gerust eens volledig over hun welzijn gaan. Zolang we maar kleine stappen vooruitzetten. Blijf kleine geluksmomentjes zien. Elk klein stapje kan voor hen een gigantische sprong vooruit zijn.

Het stigma doorbreken: talent en veerkracht zichtbaar maken

Sandra: Je leerlingen dragen nog vaak een stigma mee. Hoe ga je daarmee om?

Kaat: Dat stigma raakt me elke keer. Leerlingen denken soms: ‘Ik zit maar in het BuSO, ik ben minder waard.’ Terwijl wij zien hoeveel levenservaring en veerkracht onze leerlingen hebben, dat wordt vaak onderschat.

Ik herhaal constant: je zit hier niet omdat je minder bent. Je zit hier omdat je een traject krijgt op jouw maat. Onze leerlingen kunnen perfect muren schilderen, keukens bouwen, in de kinderopvang werken, noem maar op. Ze behalen dezelfde doelen als in het BSO, maar dan met meer zorg en afstemming onderweg.

De digitale kloof dichten: werken met leerlingen én ouders

Sandra: Hoe ga je om met de digitale kloof in jouw klas? Ervaar je ook een impact van die digitale kloof in de samenwerking met ouders?

Kaat: Tijdens corona werd het heel zichtbaar, zowel bij leerlingen als hun ouders. Teams, mails, digitale oudercontacten… veel ouders wisten niet waar te beginnen.

In de klas hebben we sterk ingezet op digitale vaardigheden. We kochten laptops – bewust géén Chromebooks – zodat leerlingen leren werken met tools die ze later ook nodig hebben.

Naar ouders toe organiseerden we bijvoorbeeld digi-cafés tijdens oudercontacten. We installeerden samen apps zoals Itsme en hielpen hen op weg.

Toch blijft het een uitdaging. Zeker nu het Digisprong-verhaal verandert en we niet voor elke leerling een toestel kunnen garanderen. Dan voelt dat soms als een stap achteruit.

Kleine stappen, grote doorbraken: wat het werk zo waardevol maakt

Sandra: Wat zijn voor jou momenten waarop je echt voelt waarom je dit werk doet?

Kaat: Het zijn altijd de kleine verhalen die het verschil maken. Zo was er een leerling die alleen maar over auto’s wilde praten en droomde van de duurste wagens. We hebben een schooljaar lang gewerkt rond leasing, verzekeringen, kleine lettertjes. Een jaar later kwam hij op een oud-leerlingenavond naar me toe: “Mevrouw, ik heb een tweedehandsauto gekocht en ik heb ALLE kleine lettertjes gelezen. Ik heb me niet laten vangen.” Dat is zo’n geluksmoment.

Of leerlingen die denken dat Erasmus niets voor hen is. Wij nemen hen mee, laten zien dat ze wél zelfstandig naar de winkel kunnen, wél geld kunnen beheren. Die boost van vertrouwen… daar doen we het voor.

Inspiratie op maat: wat BuSO-teams vinden op Sett

Sandra: Waarom is Sett volgens jou relevant voor BuSO?

Kaat: Sett is voor mij dé plek waar BuSO zichtbaar wordt tussen alle innovatie. Je vindt er materiaal dat in het basisonderwijs werkt en dat je perfect kunt vertalen naar BuSO. Je komt er collega’s tegen die hetzelfde meemaken. Je ontdekt partners die je anders nooit zou vinden.

Je loopt rond met een lijstje van leerlingen in je hoofd en denkt bij elke stand: “Dat is iets voor hen.”

4 redenen waarom BuSO-teams Sett niet mogen missen

Sandra: Waarom zouden schoolteams uit het BuSO (en daarbuiten) volgens jou naar Sett moeten komen?

Kaat: Voor mij zijn er vier redenen:

  1. Stigma doorbreken. Toon dat BuSO vol talent zit. Laat collega’s, ouders en beleidsmakers zien wat we realiseren.
  2. Bruggen bouwen. Praat met collega’s uit gewoon onderwijs, met partners, met beleid. Hoe meer we elkaar kennen, hoe beter we leerlingen kunnen begeleiden.
  3. Concrete tools en inspiratie. Van praktische tips van collega’s in het Taalatelier tot tools en materialen die je kan verkennen en vertalen naar je eigen context. Je gaat naar huis met ideeën die je meteen kan toepassen en inspiratie om verder mee aan de slag te gaan.
  4. Netwerk en herkenning. Je ontmoet mensen die dezelfde drempels ervaren: digitale kloof, beperkte middelen, balans zorg/onderwijs. Je hoeft het warm water niet telkens opnieuw uit te vinden.

Sett is de plek waar buitengewoon en gewoon onderwijs elkaar vinden. Kom luisteren, delen, voelen, testen. En neem je team mee, zodat iedereen ziet dat innovatie ook gewoon heel menselijk kan zijn.

Deel deze blogpost