Pedagogisch ICT-coördinator Line Vanhauwere over digitale inclusie, AI en de kracht van kennisdeling
Hoe maak je technologie écht inclusief? Hoe ga je als school om met AI? En hoe zorg je ervoor dat digitale innovatie niet alleen efficiënt, maar ook toegankelijk is voor elke leerling?
We gingen in gesprek met Line Vanhauwere, pedagogisch ICT-coördinator en leerkracht Frans aan de RHIZO Zorgkrachtschool. Ze deelt haar visie op digitale inclusie, kennisdeling en de uitdagingen die volgens haar het onderwijs van morgen zullen bepalen.
De kern van onderwijs verandert niet door AI. Onze rol als leerkracht blijft hetzelfde. Alleen de context verandert"
Line Vanhauwere, pedagogisch ICT-coördinator en leerkracht Frans, RHIZO Zorgkrachtschool Kortrijk
Efficiëntie is mijn sleutelwoord: minder stappen, meer impact
Sandra van Sett: Line, je bent al negen jaar pedagogisch ICT-coördinator. Hoe organiseer je digitalisering op schoolniveau?
Line Vanhauwere: Onze school was al voor de Digisprong een pilootschool. Elke leerkracht beschikte over een laptop en ook onze leerlingen werken al jaren met hun eigen notebook. Dat helpt natuurlijk, maar technologie alleen is niet voldoende. De echte sleutel zit voor mij in opleiding op maat. Sommige teams hebben nood aan ondersteuning rond de basis: hoe maak je een goede cursus, hoe gebruik je Word efficiënt? Andere collega’s willen net meer weten over actieve werkvormen, hybride lesgeven of leerstrategieën. Ik probeer te luisteren naar wat collega’s nodig hebben. Zij geven aan waar hun uitdagingen liggen, en van daaruit bouwen we trajecten op.
Inclusieve tools zijn geen luxe, maar basiszorg
Sandra: Je spreekt vaak over ICT als onderdeel van de basiszorg. Wat bedoel je daarmee?
Line: Voor mij zijn inclusieve tools geen luxe, maar basiszorg. Denk bijvoorbeeld aan voorleessoftware of de Insluitende Lezer. Die gebruiken we niet alleen voor leerlingen met een attest of specifieke ondersteuningsnoden. Elke leerling kan en mag daar gebruik van maken. Onderzoek toont aan dat leesbegrip gemiddeld hoger ligt wanneer je leest én luistert. Waarom zouden we zo’n ondersteuning dan beperken tot een kleine groep leerlingen? Ik gebruik die tools trouwens zelf ook. Als ik een lange tekst moet verwerken, laat ik die vaak eerst voorlezen. Dat helpt mij om sneller focus te vinden. Het gaat dus niet over compenseren, maar over goed onderwijs voor iedereen.
De kern van onderwijs verandert niet door AI
Sandra: AI is vandaag niet meer weg te denken uit onderwijs. Hoe kijken jullie daar als school naar?
Line: We proberen daar vooral bewust mee om te gaan. We hebben richtlijnen uitgewerkt voor leerlingen en leerkrachten. Wat kan wel? Wat mag niet? Welke afspraken vinden we belangrijk? Daarnaast wil ik ook een AI-gids ontwikkelen voor leerlingen. Niet elke leerling krijgt daar thuis of op school dezelfde ondersteuning rond, dus ik vind het belangrijk dat ze leren hoe ze AI op een verantwoorde manier kunnen inzetten. Tegelijk probeer ik collega’s gerust te stellen. De kern van onderwijs verandert niet door AI. Onze rol als leerkracht blijft hetzelfde. Alleen de context verandert.
We moeten niet allemaal het warm water uitvinden
Sandra: Kennisdeling lijkt een rode draad doorheen jouw verhaal. Waarom vind je dat zo belangrijk?
Line: Omdat we in onderwijs veel te vaak dezelfde dingen opnieuw maken. Ik deel alles wat ik ontwikkel: AI-richtlijnen, beleidsdocumenten, visuele schema’s, promptbibliotheken… Collega’s mogen dat gebruiken, aanpassen en verder uitwerken. Zolang er correcte bronvermelding is, zie ik niet in waarom iedereen telkens opnieuw van nul moet beginnen. Daarom organiseren we op school ook collegiale ontdekkingsweken. Tijdens die weken staan de klasdeuren open en kunnen collega’s bij elkaar lessen observeren. Achteraf gaan we daarover in gesprek. Het is ongelooflijk hoeveel je van elkaar leert wanneer je gewoon eens in elkaars klas gaat kijken.
Digitale ongelijkheid wordt de grootste uitdaging van de komende jaren
Sandra: Als je vooruitkijkt naar de toekomst van onderwijs, welke uitdaging baart jou dan het meeste zorgen?
Line: Digitale ongelijkheid. En dan heb ik het niet alleen over toegang tot toestellen. Je hebt verschillen tussen leerlingen die thuis over sterke digitale ondersteuning beschikken en leerlingen die dat niet hebben. Maar je ziet ook verschillen binnen schoolteams. Sommige collega’s zijn heel digitaal vaardig, anderen voelen zich daar minder comfortabel bij. Daarnaast worden digitale vaardigheden ook maatschappelijk steeds belangrijker. Denk aan bankieren, overheidsdiensten of toepassingen zoals itsme. Niet iedereen beschikt vandaag over die basisvaardigheden. Dat maakt digitale ongelijkheid voor mij één van de grootste uitdagingen van de komende jaren.
Delen is een vorm van zorg
Sandra: Tot slot: wat zou je andere scholen willen meegeven?
Line: Begin klein. Je hoeft niet meteen een volledig beleid om te gooien. Probeer dingen uit. Reflecteer. Stuur bij. Innovatie begint met doordacht doen, daarna komt reflecteren en verbeteren. En misschien nog belangrijker: deel wat werkt. Hoe meer we stappenplannen, materialen, voorbeelden en ervaringen delen, hoe kleiner de digitale kloof wordt. Delen is geen luxe, het is een vorm van zorg.



